wouter さんのプロフィールWouter Vercruysse, celli...フォトブログリストその他 ![]() | ヘルプ |
|
3月4日 Helix Duo @ Concertstudio KortrijkZondag 22 maart 2009 Matineeconcert om 11.00 uur Concertstudio KORTRIJK HELIX DUO WOUTER VERCRUYSSE– Cello ALEXANDER BESANT– Piano presenteert FRATRES Werk van Arvo Pärt (Estland 1935), Armand Coeck (Menen 1941), Marc Matthys (Gent 1956) en Mark Gresham (USA Atlanta 1957). Het Helix Duo brengt muziek van 4 componisten van nu: twee Kortrijkse toondichters, Marc Matthys en Armand Coeck in het gezelschap van de Amerikaan Mark Gresham en het grote boegbeeld van de Baltische Staten, Arvo Pärt. In hun oeuvre krijgen de consonantie, de melodie en de emotie opnieuw een centrale plaats. Info en tickets: Cultuurwinkel, Schouwburgplein 14 8500 Kortrijk tel. 056 23 98 55 Jeugd en Muziek Kortrijk, Harelbeeksestraat 34 8520 Kuurne tel. 056 71 03 24 9月2日 Concert Rode PompDonderdag 16 oktober om 20u organiseert De Rode Pomp in de Raadzaal van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde, Koningsstraat 18, 9000 Gent een concert met het Helix Duo - Wouter Vercruysse, cello en Alexander Besant, piano.
Zij brengen in het eerste deel composities van Ludwig van Beethoven (Opus 69) en Heitor Villa-Lobos . In het tweede deel speelt het Helix Duo werk van componisten met wie zij persoonlijk contact onderhouden en wiens muziek hen na aan het hart ligt: Mark Gresham, Dirk Brossé, Arvo Pärt en Armand Coeck. De Sonate voor cello en piano van Gresham zal zijn Europese creatie kennen deze avond!
Inkom 10 € / 8.50 € (3+ en werklozen) -*- Student dagonderwijs: 5.00 €
De Rode Pomp, André PosmanTelefoon : 09 223 82 89 details en meer info op www.derodepomp.be rodepompreservaties@pandora.be
8月19日 Ontmoeting met Arvo PärtOntmoeting met Arvo Pärt
Zondagnamiddag, telefoon, “André hier”. Altijd leuk om deze man te horen, André Posman, bezieler van de Rode Pomp, idealist, gedreven, en ontwapenend eerlijk – “weer aan het soebatten Wouter?”, zou Bart Stouten nu kunnen denken. Ach, gun ons het voordeel van de twijfel. Ik kon het weer niet laten te pochen (die ijdelheid alweer): “Moet je nu wat weten André”? ‘k Heb Arvo Pärt ontmoet.” Waarop hij me prompt vraagt een relaas van deze ontmoeting te schrijven. “Jammaar, moet ik daar geen toestemming voor vragen? Zou men dat wel appreciëren, zal dat niet in verkeerde aarde vallen” repliceer ik bezorgd. “Ach geen zorgen, ik zal wel censureren om je te beschermen”, sust André. Bemoederende censuur, mooi toch, niet? Zou deze inleiding het overleefd hebben? Ben benieuwd.
Wat vooraf ging …
Musica Sacra, festival in Lessines en Rosario te Bever, georganiseerd door de minzame Johan Vriens, een driedaagse rond sacrale muziek met als aanleiding de 15de augustus, O.L.V. Hemelvaart. Centraal staat de figuur van Arvo Pärt, met voor de vijfde maal op rij een uitvoering van diens monumentale 2 uur durende Boetekanon door Aquarius, voorheen Goeyvaerts Consort. Op deze vijfde editie was de componist zelf te gast, een première voor België.
Tijdens de pauze van het eerste avondconcert (met naast werk van Pärt onder meer The little girl lost, The little girl found van Lucien Posman op de gedichten van William Blake), merk ik een kale man met baard op, ietwat voorover gebogen; ik herken hem van het fotootje, dit moet de legendarische Arvo Pärt in persoon zijn! Hij lijkt me schuchter, zeer integer, en ik vermoed dat hij zich vlug overrompeld voelt door handtekeningenjagers, fotografen, fans. Ik zal hem maar gerust laten.
De wandeling
De volgende dag, na een wondermooi ochtendconcert door Psallentes (om 6u30 ‘s morgens), en een stevig ontbijt staat een wandeltocht door het ongerepte Pajottenland gepland, muzikaal omlijst door Zefiro Torna en doedelzakspelers Rurik Bauweraerts en Stefan Timmermans (van leuk naar vreugdevol tot ontroerend). Onze gids vertelt met krachtige stem trots over zijn streek, van leuke weetjes, anekdotes, plaatselijke geschiedenis en gebruiken tot enkele politiek getinte onderwerpen. Interessant, voor iemand die Nederlands begrijpt. Echter, ik kan mij inbeelden dat het de nieuwsgierigheid uitermate moet prikkelen voor iemand die geen woord Nederlands verstaat … Helemaal achteraan, ietwat geïsoleerd van de gesprekken, loopt Herr Pärt. Ik zie mijn kans schoon en wacht hem op.
Vanaf nu verloopt alles in het Engels – met West-Vlaams en Ests accent.
“Beste heer Pärt, kan ik u van dienst zijn met een vertaling? Of verkiest u liever de stilte?” Hij, aarzelend: “Spreekt u Duits? Ests?” Na tweemaal de meester negatief te moeten antwoorden, vrees ik het ergste. Toch nog even proberen: “Kan ik u niet in het Engels bijstaan? “Ja, goed, graag.” De kogel was door de kerk. Als een waterdrager ging ik vooraan luisteren naar de gids, en liet ik me uitzakken in de buik van het peloton, om hem de weetjes van de streek te vertellen - over de twee passies van de Beveraars, religie en bier, over kapelletjes, en brouwerijen, cafés, straatnamen, bezetters. Hij vroeg me nu en dan ook iets te verklaren en dan gebeurde het dat ik vlug een antwoord improviseerde, wat wel eens op een lach en wat Ests onthaald werd. Zo kon ik niet op het woord steengroeve komen in het Engels – en ging over tot een beschrijving: “Bergen van steen, een soort mijn, waaruit stenen gekapt werden.” Waarop hij gesticulerend: “Maar waar zijn die bergen dan? Ik zie er hier geen!” “Euhm, wel, ze zijn weggekapt, de mensen gebruikten alle stenen voor wegen en huizen, ziet u?” Het is waarschijnlijk geen goed idee fantasie te combineren met een vertaaljob, maar gelukkig kon Arvo er eens goed om lachen.
Farizeeërs
Na een half uurtje stappen en tolken, brengt hij onverwacht dit te berde : “Ik heb vernomen dat u gisteren een concert gespeeld hebt.” “Ja, inderdaad, en we hebben Spiegel im Spiegel, Für Alina en Fratres voor cello en piano van Arvo Pärt, euh, ja van u eigenlijk, gespeeld. Prachtige, krachtige muziek. Spiegel im Spiegel is wondermooi, een parel, mijn vrienden waren er echt van ontroerd, tot tranen toe. Zo mooi, zo eenvoudig.” “Zo eenvoudig voor de uitvoerder is het niet,” kwam Pärt tussen, “onderschat nooit dit werk, ik heb al meer slechte dan goeie uitvoeringen meegemaakt.” “Ah ja?” reageer ik verbaasd. “Ja, natuurlijk, er was zo eens een beroemde violist uit Hamburg, en hij zag de partituur, dacht dat het zeer gemakkelijk was en besloot niet te studeren, maar het werk zo op zicht in concert te spelen. Het was slecht.” “Echt waar, maar allé?” “Ja, echt waar, het werd een afgang. Na het concert kwam de violist zich verontschuldigen bij mij: “Ik voelde mij naakt daar op het podium, in uw werk, ik voelde me plots erg onzeker, en kon me niet verbergen achter de noten – u gaf mij de ultieme les in nederigheid.” “Ik heb het uit het hoofd gespeeld, om beter de structuur te snappen en het stuk echt te kunnen aanvoelen, en vond de beste manier gewoon de muziek te spelen, te bewonderen van op afstand, zonder echt zelf iets te doen – kleine fluctuaties in dynamiek, vibrato, zonder daar echt over wakker te liggen,” pleit ik een beetje voor mezelf. “De structuur zegt u, heeft u die gesnapt?” legt hij mij vriendelijk op de rooster. Wouter, gij met uw grote mond altijd! Hier gaan we dan, mijn aarzelende poging: “De ene zin is het spiegelbeeld van de andere, en wordt altijd groter en groter … ?” “Ja, zoiets, kijk, als u twee spiegels tegenover elkaar zet, en in ene kijkt, ziet u zichzelf weerkaatst …” “Tot in het oneindige?” kom ik enthousiast tussen. “Juist, en steeds op grotere afstand. Dus worden de zinnen langer en langer om telkens terug te komen naar hetzelfde punt, de la.” “Wow, fantastisch, briljant, dus, eigenlijk, het einde van Spiegel im Spiegel is facultatief?” Deze laatste inval wordt beantwoord met een veelbetekenend lachje, dat ik nog altijd niet doorgrond heb. En dan volgt een spervuur van vragen over interpretatie (nu we toch bezig zijn): “Het tempo, meester, er staat een aanduiding (kwartnoot 80), doch de violist Vladimir Spivakov, aan wie het stuk opgedragen is, speelt het trager op de CD Alina, en de cellist Schwalke aanzienlijk vlugger. Mag ik daaruit afleiden dat u het niet zo strikt neemt?” “Spivakov, ja hij kan dat, zo traag, absoluut meesterschap, en tempi, dat zijn richtlijnen, het gevoel van het moment is zoveel belangrijker. “Ja, ik begrijp het.” We hebben het nog over vibrato, nuances, tessituur …
“Gisteren speelden we ook Fratres, een monumentaal werk, in een bewerking voor cello en piano. Wij vinden deze compositie bij momenten zeer dramatisch, heroïsch zelfs. Die heroïek, komt dat door de bewerking van Fratres van kamerensemble naar 1 cello met piano?” snijd ik een nieuw hoofdstuk aan. “Neen, die dramatiek, heroïek zit in de oorspronkelijke versie ook. Die mannelijkheid, moed, dat aspect wordt verwaarloosd door vele muzikanten die mijn muziek uitvoeren. Ze denken: “Pärt’s muziek, dat is sacraal, en moet verheven, etherisch gespeeld worden” en dat is een misverstand. Weet u, in Duitsland, bij de Protestanten, zijn er zo veel van die vrome mensen, en ze doen alles om sober, nederig en goed te leven; maar intussen veroordelen ze wel anderen. Ze voelen zich beter dan de anderen. Ik heb het daar niet zo op begrepen. Het vergt moed om uw zonden te erkennen, om uw kleinheid toe te geven.” “Vandaar het koorwerk van gisteren, het Magnificat,” en ik concludeer “dus deze muziek verklankt de onmacht van de mens, zijn/haar gevecht met zijn/haar beperkingen, en heeft ontegensprekelijk een dramatische kant, naar het einde toe berustend in haar lot. De muziek als evenwicht tussen vrouwelijke en mannelijke aspecten, die laatste vormen dan de ruggengraat van het werk.” “De wat?” vraagt hij me. “De ruggengraat, dit hier in de rug” demonstreer ik. “Exact, dat is het” antwoord de componist, zichtbaar gelukkig, “Zonder deze is het maar een slappe bedoening.”
In de avond brengt Aquarius olv Marc Desmedt een magistrale uitvoering van het magnum opus van Arvo Pärt, De Boetekanon – Kanon Pokajanen. Een beschrijving geciteerd van de website van Musica Sacra (www.musicasacra.be): “Een ervaring om nooit te vergeten, om een jaar later opnieuw te beleven zodat je ze nog dieper, nog intenser kan ondergaan. Hemeltergende muziek die slaat en zalft tegelijk, schreeuwt om God en zijn gebod. De precisie van de pijn van het zijn, vertaald in muziek, in een urenlange smeekbede om verlossing.”
De muzikanten en de componist krijgen een minutenlange staande ovatie. Ook ik sta perplex. In mijn hoofd is het minutenlang stil, dat was lang geleden … Arvo Pärt wordt gehuldigd, kijkt me een kort moment recht in de ogen, geeft een knikje van herkenning en een liefdevolle glimlach.
Wouter Vercruysse
Maandag, 18 augustus 2008
2月27日 CD NightbirdDe CD Nightbird is vanaf heden verkrijgbaar in
1月26日 CD voorstellingen Nightbird - Wouter Vercruysse speelt Armand Coeck
CD VOORSTELLINGEN NIGHTBIRD
Vrijdag 22 februari 2008 om 20u
Vrijdag 29 februari 2008 om 20u Onze-Lieve-Vrouwekerk Kortrijk
Zaterdag 1 maart 2008 om 20u Orgelzaal Conservatorium Brugge
Vrijdag 11 april 2008 om 20u CC Het Spoor Harelbeke Zondag 20 april 2008 om 15u
Zaterdag 26 april om 20u Muziekacademie Lebbeke
Op de CD Nightbird staat het integrale oeuvre voor cello van de Vlaamse componist Armand Coeck, het resultaat van een jarenlange samenwerking met de cellist Wouter Vercruysse. Reservatie: cdnightbird@gmail.com / Tel.: 056 21 99 63 Prijs € 10,00 (De standaard inkomprijs bedraagt 10,00 EUR. De speciale inkomprijs bedraagt 15 EUR waarbij een exemplaar van de CD Nightbird inbegrepen is.) 4月13日 Madreselva (cello solo) Armand CoeckMadreselva, translated freely from Spanish into Mother of the Forest, refers to the dark feminine side, also expressed in occultist figures as Lilith and Kali: she who gives but also who takes life. It is also the name for the Lonicera, well known as the Honeysuckle. In Middle Ages this plant symbolised eternal love.
Armand Coeck composed Madreselva in 1999, but the piece doesn’t sound very contemporary, neither neoromantic nor neoclassical. Its archetypical motives and timeless themes take the listener to ancient times. Madreselva published by auurk ed. and because Coeck dedicated the piece to me, they asked me to do the bowings and fingerings. Meanwhile I played the piece several times in concert – always Madreselva was received with a huge enthusiasm by the audiences, very unusual for music written nowadays - and I even won a competition performing Madreselva. www.auurk.be “Absolutely beautiful enchanting music”, Yo-Yo Ma 10月20日 Workshop met Yo-Yo Ma & The Silk Road Ensemble
Frankrijk - Togo
23 juni jongstleden, een zonnige vrijdag, rond 10u ’s avonds. Ik lig enigszins verveeld in de sofa naar de WK wedstrijd Frankrijk vs Togo op tv te staren. Pas afgestudeerd aan het Gentse conservatorium, enkele projecten in het verschiet, maar de toekomst is vooralsnog een groot vraagteken. De telefoon gaat. “Ja, lap, is dat nu nog een uur?”
“Hi, is this Wouter speaking?” vraagt een vrouw aan de andere kant van de lijn.
“Yes,” zucht ik, want ik meen de stem te herkennen van een Japanse schone die me, sedert de voip-technologie globaal gelanceerd is – dit is spotgoedkoop tegen een vast tarief bellen via de computer – al eens rechtstreeks vanuit Tokyo durft op te bellen.
“I’m very sorry to disturb you so late,” (daar gaan we weer), “I didn’t take notice of the time-zone. This is Amy from Carnegie Hall, New York. Congratulations, you have been selected for the workshop with Yo-Yo Ma. Are you still free in September?”
IJsberend (het draadloze telefonie tijdperk!) kom ik tot stilstand met trillende benen in de tuin. Met verstomming geslagen krijg ik er geen enkel woord meer uit:
“Yes? Oh my God. Thank you, thank you, thank you. Of course I’m free, I’ll make myself free! Are you sure? This is …
In mei had ik me namelijk ingeschreven als kandidaat voor de workshop Tradition and Innovation: A Workshop with Yo-Yo Ma and the Silk Road Ensemble on Mentoring, Creating, and Communicating, georganiseerd door The Weill Music Institute at Carnegie Hall. Ik had opnames, een CV en een motiveringsbrief moeten opsturen, om in aanmerking te komen voor selectie. Ik sta er uitdrukkelijk op mijn docente cello aan de Hogeschool Gent, Judith Ermert en docent improvisatie Peter Vandenberghe te danken voor de lovende brieven die ze ter mijner gunste geschreven hebben. Op de cd-opnames mochten alleen live versies staan van:
Alle tracks op de cd werden waren live opnames van concerten in Vlaanderen met de pianist Alexander Besant, de gitarist Gino Herman of het Osama Abdulrasol Ensemble.
Encounters of the special kind
5 september, 4u 's morgens: het alarm gaat af. Wel, dat is vroeg, en voor een muzikant prehistorisch vroeg! Ja, maar mijn ouders zijn dan ook zo'n paniekeurs: "'t Is al file op de ring rond Brussel vanaf 5u45 en ge moet zekers 3 uren op voorhand in de vlieghaven zijn wegens de strenge seceurity sjeks. Te vierenhalf moet ge al vertrekken voor op jun gemak te zijn." Godgeklaagd. Vake en Moeke staan erop mij te brengen naar Zaventem; "zoontjelief vertrekt naar de States". 5u30, we komen aan op de Brusselse ring, er is al vertraagd verkeer! Niet te geloven. 5u50, aankomst in Zaventem. Ik ben 4 uren op voorhand. Vanaf 7u kun je pas inchecken. "Jamaar manneke, die gitaar, gade gij da bij u pakken op 't vliegmachine?" sprak de agente mij in Beschaafd Nederlands toe, hier alleen even voor mijn streekgenoten vertaald. "Dat is de bedoeling ja." De agente neemt haar walkie talkie: "We zitten hier met ne muzikant. Probleem." Kortom, wie was er als eerste op de luchthaven, maar als laatste op het vliegtuig? Juist, diene verwaaide cellist. 4 securitychecks later, om 10u15 neem ik plaats in het vliegtuig, dat eigenlijk al moest vertrekken om 9u50. Toch ter verduidelijking: Carnegie Hall had twee zetels betaald, 1 voor de cello en 1 voor mij. Ik zet de cello op de zetel aan het raam, en wil zelf neerzitten, staan daar in geen tijd 3 stewards en 2 securityagenten rond mij? "You cannot sit here with the cello next to you; it is a violation of security rules, blablabla, blablabla..." Finaal verdict: de cello in de kast van de steward, én naast mij komt een andere passagier zitten.
Na een eerste namiddag (en nacht) ronddolen in New York begeef ik mij naar de ingang van het Salisbury Hotel, het luxehotel aan de overkant van Carnegie Hall waar ik de vorige nacht een dutje gepleegd heb, voor mijn eerste afspraak in New York. Ik ontmoet er de andere muzikanten, componisten van de workshop en leden van het Silk Road Ensemble. Samen vertrekken we met de bus naar Tanglewood in de staat Massachusetts, een reisje van 3 uren ongeveer. Op de bus maak ik, de Belgische nuchterheid alle eer aan doende, de bedenking dat we Yo-Yo Ma niet teveel zouden zien die weken. Hij zou eens zijn gezicht tonen met de pers erbij en weer weg zoeven naar een volgend concert…
Nu, we komen toe in Lenox, Tanglewood en ik heb al een beetje de kans gehad om nader kennis te maken met mijn collega’s. Ik sukkel een beetje wagenziek van de bus af met de cello, hier een stoot, daar een bluts en draai mij om en plots neemt iemand mij vast, omhelst mij hartelijk en zegt:
“My dear Wouter, so nice to meet you finally! How was your trip? Didn’t they do difficult at the airport? Are you feeling ok?”
Ik voelde mij erg overrompeld ja!
Wie durft mij hier zo direct vast te nemen? Ik draai mijn hoofd, zeg god dat het geen waar is. ’t Is Yo-Yo Ma in eigenste persoon! Ik neem hem vlug nog wat steviger vast, neem dan afstand en zeg hem op een plechtige toon:
“Sir Ma, it is my greatest honour to meet you. I’m so exceptionally delighted.”
Plotseling kijkt hij ernstig:
“Wouter, if you wanna be ***** you call me Sir Ma. I also don’t call you Sir Vercruysse.” Wat een eerste indruk moet ik nagelaten hebben: na enkele zinnen noemt hij mij al een *****!
Oh my god, you know my name?” vraag ik verbijsterd.
“Of course, and I know a lot more about you!” antwoordde Yo-Yo, waarmee hij opnieuw een ultrabrede lach op zijn gezicht tovert.
“O-ké, Sir Ma, euh, very sorry Sir, oeps, very sorry Yo-Yo!”
Yo-Yo zou iedere dag present zijn!
Radio Galactica
De workshop vond plaats in Tanglewood, Massachusetts en in New York gedurende een kleine twee weken, van de 5de tot de 18de september. Twee weken voordien pas had ik twee composities ontvangen, Spirit Rain, Empty Mountain van Angel Lam en Salvasutra van Evan Ziporyn. Een derde werk van Osvaldo Golijov, was nog steeds in progress. Osvaldo zou het pas af hebben twee dagen voor de uitvoering in Carnegie Hall. Gelukkig dat ik dat toen nog niet wist. Nu ja, zo vertelde Yo-Yo Ma me persoonlijk, Golijov heeft wel een reputatie op dat vlak. Nog niet zo lang geleden, de voorbije zomer nog, heeft Yo-Yo Ma zijn celloconcerto, genaamd Ozul, in première gebracht met de Boston Symphony Orchestra. Volgens het contract moesten de partituren klaar zijn in maart, maar Yo-Yo werd ze pas overhandigd 3 dagen voor het concert. Nu, Yo-Yo is een zeer minzame man met een engelengeduld:
“Wouter, you have to understand, Osvaldo is *****, but he is such a wonderful guy and writes such a wonderful music that I can’t be angry on him.” “Stop playing guys, we need to change this passage. Wait… One moment. My antennas are retrieving signals from Radio Galactica.”
We moeten allebei heel hard lachen, maar Yo-Yo vertelt me dat ze er in Boston minder plezier mee hadden.
The Silk Road
Spirit Rain, Empty Mountain van Angel Lam, een jonge talentvolle componiste uit Hong Kong, is een zeer gevoelig en delicaat werk, waarin ze veel gebruik maakt van beklemmende stiltes. Tedere schoonheid, zo zou ik de muziek beschrijven. De bezetting bestaat uit 1 viool, 1 cello, 1 contrabas, 1 marimba, andere percussie-intstrumenten en 1 Shakuhachi (Japanse fluit), meesterlijk bespeeld door Kojiro Umezaki, lid van het Silk Road Ensemble. De idee van de workshop was immers componisten aan te spreken om stukken te schrijven die de bijzondere instrumenten van de landen van de Zijderoute (een oude handelsroute van Japan langs Korea, China, India, Perzië en Turkije tot Europa) integreerden in en/of confronteerden met klassieke Westerse instrumenten. Bij Evan Ziporyn ging het klassieke strijkkwartet de confrontatie aan met de Chinese pipa en met de Indische tabla. Van over de hele wereld werden 11 jonge muzikanten geselecteerd (drie violisten, 2 altisten, 3 cellisten, 1 contrabassist en 2 percussionisten) die samen met de leden van het Silk Road Ensemble de 8 composities ( want 8 componisten) tijdens 4 concerten in Carnegie Hall in première brengen. Op de workshop waren ook de componisten aanwezig die een prominente rol waren toebedeeld tijdens de repetities. Dit was een uniek aspect: wanneer voor ons als uitvoerders iets niet duidelijk was over een bepaalde passage, dan hoefden we het maar te vragen. En onze vragen waren niet beperkt tot het technische notenaspect. Ik vind het vrij bijzonder dat je aan de componist zelf naar zijn of haar visie, gevoelens, beweegredenen kunt vragen.
Salvasutra van Evan Ziporyn is een zeer energiek ritmisch complex werk die de grenzen aftast van de noteerbaarheid en van de uitvoerbaarheid. Ter illustratie: op een bepaald moment speelde het strijkkwartet 16 tweeëndertigste gepunte noten in een ¾ maat, terwijl de pipa een ¾ maat afwisselend vulde met zestiende noten en met triolen. Ondertussen sloeg de tabla triool kwartnoten. Anders gezegd: de pipa speelde in 3, het stijkkwartet in een vergevorderde 4 en de tabla in 4,5. Dat verduidelijkt niet veel zeker? Het is dan ook des te opmerkelijker dat Sandeep Das, de tabla speler uit India, geen noten kan lezen. Evan Ziporyn heeft hem dan een schema gegeven van tala’s. Ter verduidelijking: Tala’s zijn maatschema’s. Zoals toonhoogten geordend worden in toonladders en modi, zo hebben de Indiërs ritmische patronen samengevoegd en geordend in een hele reeks Tala’s. Als ik me niet vergis, heeft Olivier Messiaen deze gebruikt in vele van zijn composities en zijn muziektheoretische boeken. Sandeep had het dan over Tala’s van 14, van 7, van 5 en zelfs van 4,5. Dat ik erin slaagde alles correct uit te voeren, is vooral te danken aan een telsysteem uit India, die uit de Carnatic traditie komt van Zuid-Indië. Ik zou te ver moeten uitweiden, maar als je geïnteresseerd bent, kun je altijd googleën naar Carnatic. Ter voorbereiding heb ik leren stappen in de maat van 3, terwijl ik met de handen 4 keer gelijkmatig klap en 16 gelijkmatige lettergrepen uitspreek. Bij dezen voor al degenen die mij recent opgemerkt hebben op straat hetzij in Gent, hetzij in New York, asynchroon stappend, in de handen klappend en waarbij ik nog luidop onverstaanbare geluiden uitbracht: ik was aan het oefenen en ben nog steeds niet voor zover ik besef ten prooi gevallen aan een of andere mentale stoornis. Ik gebruik het systeem in de lespraktijk en het werkt zelfs bij de zogezegde ritmisch hopeloze gevallen. Een tipje van de sluier: onderverdeling van een tel m.b.v. volgende lettergrepen:
1=Ta
2=Ta ka
3=Ta ki ta
4= Ta ka di na
5= Ta din gi na ton (ik verkies Tallapicola)
…
De voordelen zijn dat het begin van de tel altijd samenvalt met Ta, dat alle eenheden beginnen met een gemakkelijk te articuleren medeklinker en dat de patronen zeer vlug uit te spreken zijn.
Twood schedule
Hoe zag nu een doordeweekse dag eruit in Tanglewood?
Om 7u ’s morgens werd ik gewekt door de gsm van mijn ambitieuze kamergenoot en tevens cellist Nick Finch uit Boston. De workshop was dan ook een geduldige oefening in naastenliefde; elke morgen hoeven te weerstaan aan de instinctieve drang om Finchie te wurgen, heeft me tegen het einde van die tweeweekse bijna de status van Heilige opgeleverd. Alle gekheid op een stokje nu, Nick is een geweldige kerel, die zoals iedereen zeer overmoedig het alarm zet op 7u, terwijl we maar gingen slapen tussen 1u en 2u. Na een douche, een tai chi sessie en een uitgebreid ontbijt met vitamine en gensing preparaten, ging ik vlug nog driekwartier inspelen om dan de bus om 9u30 te nemen richting Tanglewood. We logeerden immers in het naburige Lenox. Tussen 10u en 17u30 hadden we 3 repetities van 2 uur en lunch. Vanaf 18u uitgebreid diner en dan hadden we vrij tot 20u. Om 20u was er dan een presentatie en vanaf 21u jamsessies die konden lopen tot in de late uurtjes.
Voor elke compositie was er 1 repetitie per dag voorzien. Simultaan waren er verspreid over de muziekgebouwen van Tanglewood 3 repetities aan de gang. Wij werden gecoacht door de componist, de leden van het Silk Road Ensemble en door Yo-Yo, die er, vanwege de onmogelijkheid zich op te delen in drie, niet altijd kon bij zijn. Het was voor mij een buitengewone ervaring te mogen samenspelen met zo’n fantastische muzikanten. Keyhan Kahlor en Siamak Jahangiry, Sandeep Das, Wu Man en Wu Tong, Kojiro Umezaki, Dong-Won Kim, allen genieten van een sterrenstatus in respectievelijk Iran en de Arabische wereld, India, China, Japan en Korea. Maar ook de strijkers van het Silk Road Ensemble hebben een cv om u tegen te zeggen: Jeffrey Beecher is momenteel solocontrabassist van de Toronto Symphony, Nicholas Chords is professor altviool aan Princeton University, Jonathan Gandelsman, alias Johnny en Colin Jacobsen zijn gekende soloviolisten in de VS en spelen regelmatig concerto’s met grote orkesten zoals de New York Philharmonic en de Boston Symphony. Wanneer we tussen twee Carnegie Hall repetities door, vlug een verrukkelijke pizza gingen verorberen in zijn favoriete pizzatent in Manhattan, vertelde Colin me uitvoerig over zijn Hollandse tijden en dat hij o.a. in Den Haag en Amsterdam gestudeerd heeft bij Vera Beths.
Iedere avond was een spreekbeurt gepland door een exotisch lid van het Silk Road Ensemble over de muziek en de instrumenten van zijn of haar land waarheen de zijderoute passeerde. Dit was een buitengewoon interessant luik van de workshop, voor mij ging hier een hele wereld open. Al kwam ieder land maar één avond aan bod, de persoonlijke verhalen van de muzikanten waren zo boeiend en aangrijpend dat er meer dan één tipje van de sluier werd gelicht.
Aan bod kwamen:
Achteraf werden we uitgenodigd samen en in kleine groepen te improviseren in de stijl van dat land. Zeer opwindend was dat, een totaal andere manier van musiceren, veel ongeremder. En het viel op dat iedereen hier erg bedreven in was.
Davidov Stradivarius
Jan Vankelst, mijn oud-leraar cello, was op de hoogte van mijn aanstaande avonturen aan de overkant van de Atlantische Oceaan en had in een e-mail mijn aandacht aangewakkerd voor de cello van Yo-Yo Ma, een Stradivarius uit diens Gouden Periode (1712), die nog bespeeld is door Jacqueline Dupré en Karl Davidov, vandaar de naam de Davidov Strad. De tweede avond in Tanglewood zorg ik dat ik naast Yo-Yo aan tafel zit, wat me lukt, schenk ik zijn glas vol met rode wijn en werp ik de naam Davidov op tafel. Een boeiend gesprek over Jackie en de Strad volgt, waarna ik vraag of het mogelijk zou zijn of Yo-Yo de cello eens zou meebrengen. Tot nu toe heeft hij de recent gebouwde cello meegebracht van de in New York residerende Nederlanders Moes&Moes.
“Well of course Wouter, tomorrow!”
En Yo-Yo Ma is een man van zijn woord! De volgende avond komt hij bij mij aan tafel zitten en vult op zijn beurt mijn glas met rode wijn.
“Wouter, I don’t feel like playing it now, do you want to try it?”
Mijn mond valt open van verbazing (en bijgevolg valt het eten uit mijn mond). Ik zag de glinstering van mijn ogen weerspiegeld in de zijne:
“Yes!”
“Ok!” en hij overhandigt mij de Strad met een brede lach.
In alle stilte ga ik geniepig van tafel richting de slaapkamer, de cellokist stevig ter hand nemende. Ik open er de kist, de Strad verschijnt. Ik durf er bijna niet aan te komen. Ik heb er echt enkele minuten geknield naar zitten kijken. Wat een pracht van een instrument: geen schrammetje aan te zien, en wat een unieke vernis, zo’n edele warmte dat die uitstraalt. Oké, de tijd is gekomen om haar uit de kist te halen. Man, man, wat een lichtgewicht! En dun gebouwd! Dat bovenblad is dus echt flinterdun. Effe een losse snaar aanraken. De la, ze klinkt zo edel, warm en toch krachtig. De strijkstok erbij nemen. In het begin durf ik er bijna niet op te spelen – wij cellisten hebben allen de overgedramatiseerde film Hilary and Jackie gezien, de vloek! – maar gaandeweg krijg ik het gevoel dat de cello mij accepteert. Wat een diepte; de bassen zijn als een steile afgrond die hun weerga niet kennen. Welk een warmte en welk een zangerigheid in de hoge regionen. En dit met een ongelofelijke grote kernachtige volumineuze klank. Deze cello benadert zo de perfectie, dat er wel iets moet zijn … En inderdaad, ik wil een mi op de solsnaar spelen, en plots verschijnt daar een wolf, “GRRR…” een gigantische wolf “GGGGRRRRRRRRRKKKKKK…”, capabel om alle lammetjes, biggetjes en roodkapjes in één hap te verzwelgen. Ik kijk op mijn horloge: oei, er zijn al 20’ voorbij.
“Voorzichtig de cello inpakken en terug aan Yo-Yo bezorgen,” denk ik vlug….
“Wouter, you’re already back! Are you tired of it?” vraagt Yo-Yo me niet zonder ironie met die altijd optimistische open blik.
“No, not at all! It’s a fantastic instrument, brilliant sound, terrific, splendid, beautiful, amazing!”
“Glad you like it!” blijft Yo-Yo zeer rustig, “Do you want to keep it until tomorrow?”
WOOOOOOOOOOOOOOOWWWWWW!!!
“Are you sure? You don’t need it now? I mean, this is crazy …” sta ik op mijn vertrouwde manier te bazelen.
“No, I don’t need it tomorrow. Make up your mind Wouter. Life is all about taking decisions,” en hij kijkt me plots ernstig aan.
“Ok, I will take it! I’ll take care for it and guard it with my life! You can rely on me!”
“Of course I rely on you, Wouter, otherwise I wouldn’t hand you over a multimillion dollar cello.”
“Thank you, thank you Yo-Yo. Can I tune it with these big tuning keys?”
“Yes of course.”
“Can the other cellists play on it too?”
“Yes of course, Wouter, it’s your decision, you are responsible for it now!”
“Wow Yo-Yo, this is amazing! I can’t believe this conversation took place.”
“Well, it just happened, and it’s no big deal.”
“No big deal, no big deal,” ik kan jullie verzekeren beste lezers, dat ik die nacht en dag met de gelukzaligste glimlach rondliep die er op dat moment op de hele planeet te vinden was. Het is inmiddels middernacht en op mijn kamer zijn wij cellisten totaal in vervoering met de Davidov. Schumann, Dvorak, Haydn, en uiteindelijk durf ik ook wat Elgar erop te spelen. Die ongelooflijk luide diepe mi in de bas, dat is wat mij betreft niet te evenaren. Komen daar geen violistjes zagen of het niet wat stiller kan. Ik zeg hen eens goed te kijken en te luisteren, want dit is een van de bijzonderste instrumenten ter wereld.
“Oh my God, it’s Yo-Yo’s cello, isn’t it?” De nacht kan niet meer stuk, één van de hoogtepunten uit mijn leven: zelfs de violisten waren vol ontzag voor de cello!
De volgende dag kon ik zelfs op de cello spelen in de grote Ozawa Hall tijdens een repetitie met het ensemble. Dat was van begin tot einde hetzelfde liedje:
“Wouter, you play way too loud.”
Wel, om de situatie beter te snappen, vergelijk het met iemand die van de ene op de andere een Ferrari onder zijn voeten geschoven krijgt. Ten eerste is het niet evident om direct alle pk’s onder controle te krijgen, en ten tweede is het ook niet ideaal en plezant om met een Ferrari uitsluitend in de bebouwde kom bezaaid met zones dertig en verkeersdrempels te rijden. Voor het eerst in mijn leven moest ik een inspanning doen om p en pp te spelen.
Die avond geef ik de cello zoals beloofd terug aan Yo-Yo. Een kort gesprek volgt. Ik vertel hem dat ik het vrij bijzonder vind dat hij zomaar zijn cello toevertrouwt aan een relatief onbekende. En ik moet schoorvoetend toegeven dat ik dat misschien zelfs nog niet zou doen met mijn eigen cello. Alleen daardoor al was dit een grote les in nederigheid. Hij antwoordt dat hij de cello om twee redenen meegaf. Ten eerste opdat ik mijn referentiekader van klank zou verruimen. Door mijn voorstellingsvermogen van de ideale klank beter te definiëren, zou ik die makkelijker kunnen benaderen op het eigen instrument. “Niet alles ligt zo materieel vast, als je zou denken,” zegt hij en hij belooft me dat we deze week daar verder op zouden werken. “Euh, ja, eigenlijk vrij veel…” aarzel ik.
“Wel, zie je, jij hebt zelfs unieke muzikale zinnen erop gespeeld, alsof dat geen ervaring moest geweest zijn voor de cello.”
Yo-Yo, de mens achter de muzikant
Een dertigtal mensen van over de hele wereld hebben dus twee weken samen geleefd. Joden, Moslims, Christenen, Hindi, Boeddhisten, niet-gelovigen, Amerikanen, Israëli’s, een Libanese, Iraniërs etc… Ik zweer u, er is geen enkele negatieve opstoot geweest, en er waren ook geen onderhuidse spanningen. En volgens mij zit Yo-Yo daar voor veel tussen. Eén mens kan werkelijk het verschil maken. Er heerste allesbehalve een competitieve sfeer en mijnheer Angst was eveneens niet van de partij. Als voorbeeld: een bepaalde dag kreeg ik de kans om een privé-les te krijgen van Yo-Yo. Ik heb al voor vele cellisten gespeeld, en ik was altijd vrij nerveus, zenuwachtiger dan met publiek. Dat beloofde al niet veel goeds. Tot mijn verbazing was daar bij de les met Yo-Yo niets van waar. Ik voelde mij nu eens echt op mijn gemak, was tijdelijk verlost van de onophoudelijke drang om mezelf te bewijzen, en speelde zeer ontspannen en geïnspireerd. Een week later zou de nervositeit van een eigen leerling mij hieraan doen terugdenken. Voor het eerst besefte ik dat de leraar hierin ook een grote verantwoordelijkheid heeft. Hoe komt het dat iedereen in de nabijheid van Yo-Yo rustig wordt, en toch naar maximaal vermogen kan presteren? Is het misschien omdat hij het sociale rollenspel niet meespeelt, omdat hij geen muren plaats?
Yo-Yo dineerde altijd met ons, maar ik heb hem met moeite iets zien eten. De hele tijd kwamen de mensen bij hem aan tafel staan en spraken hem aan, en telkens gaf hij hen zijn volle aandacht en antwoordde hij met de glimlach, zonder ook maar één keer verveeld te zijn. Hij was ook zeer gul; regelmatig trakteerde hij ons met enkele kisten excellente Californische wijnen, en na het laatste concert huurde hij zelfs een club af in hartje Manhattan met eten (goede Franse keuken) en drank à volonté tot in de vroege uurtjes.
Toen ik hem vroeg of hij van kleins af aan al zo positief en open ingesteld was, antwoordde hij affirmatief. In gedachten had ik immers vooraf de reactie gemaakt van: “Ja, zo is het niet moeilijk om vrolijk te zijn, als alles zo meezit als bij hem.” Niet dus, ik heb zelfs een vermoeden dat het wereldlijke succes juist komt door de open geest, door het vertrouwen dat hij uitstraalt. Maar neem uzelf niet in de maling: de lach die hij geeft aan de mensen behoort niet tot de algemene (oppervlakkige) feel-good cultuur van Amerika.
Epiloog
Wat heb ik er nu van opgestoken? De volgende zinnen klinken misschien vrij cliché, maar in mijn geval: nu pas heb ik de clichés ten volle begrepen.
Muziek is geen sport; angst om te presteren, ambitie is totaal overbodig om tot hoogstaande kwaliteit te komen. Dit inzicht kan men ook uitbreiden naar de wereld toe.
Muziek reikt verder dan de noten. Telkens hamerde Yo-Yo erop geen enkele noot gratuit te spelen. Elke noot heeft zijn plaats, én als die noot gratuit moet klinken, speel ze dan bewust gratuit. Yo-Yo vroeg telkens wanneer een passage niet draaide, aan wat we dachten toen we die speelden. Veeleer waren we dan uitsluitend bezig onszelf te beredderen, de noten af te haspelen en hadden we totaal geen idee wat de anderen aan het spelen waren. Yo-Yo gaf ons dan de opdracht naar een gevoel, een idee toe te spelen. De muziek van Evan Ziporyn en Angel Lam leende zich daar uitstekend toe. Het eerste deel van Ziporyns Salvasutra (Sanskriet voor een wiskundige formule) getiteld Ka, beschrijft de Big Bang, het tweede, Agni is Sanskriet voor vuur. Yo-Yo maande ons aan bijvoorbeeld bij het tweede deel het vuur voor de geest te roepen, en vroeg ons wat karakteristiek is aan vuur. Bv. het begint met een klein vuurtje, en kan groeien tot het ganse wouden in as legt; de vlammen zelf zijn zeer onvoorspelbaar: ze flakkeren op, lijken weg te smeulen en plots zijn ze daar terug. Door dit beeld snapten we plotseling de vele korte crescendo’s en korte diminuendo’s in dat tweede deel. Dat zijn de vlammen die opflakkeren en verminderen in intensiteit, maar de grote lijn is dat het vuur gestaag aangroeit tot een gigantisch inferno vlak voor de finale, het derde deel. Het klinkt misschien ongeloofwaardig, maar plots speelden we allen samen, met dezelfde articulatie en dezelfde fraseringen. We snapten de muziek. Iedere noot had nu zijn plaats in een groter geheel.
Tijdens een ander lesmoment vroeg ik aan Yo-Yo (vrij vertaald uit het Engels – het was toch Engels met haar op):
“Ok, dat systeem van spelen naar een gevoel en naar een idee werkt zeer efficiënt bij de muziek van Angel en Evan omdat daar al een duidelijk idee achter zit. Maar wat doe je dan met abstractere muziek, bijvoorbeeld bij een Suite van Bach?”
“Ten eerste Wouter: de fabrieken zijn efficiënt. Ten tweede is dat geen systeem maar een ingesteldheid, en ten derde, in het geval van de Suite van Bach: ook dan heb ik een duidelijk beeld voor ogen. Voor de prelude van de eerste suite bijvoorbeeld koester ik het beeld van water. Inspiratie vind ik in de natuur. Alert zijn en zorgvuldig waarnemen is de boodschap. Het zit hem in de details; verwonderd zijn over een dauwdruppel, over het unieke schaduw- en lichtspel op de massieve stam van een boom. Muzikanten zijn veeleer te gefocust op de noten, wat hen letterlijk verkrampt op den duur.”
Danig onder de indruk voelde ik me Mr. Smith, een personage uit de roman “The Old Man and Mr. Smith” van Peter Ustinov, die constant bezig was over handige trucjes in plaats van de kern van de zaak te beschouwen.
Natuurlijk heb ik het niet kunnen laten enkele interessante technische weetjes (die trucjes alweer) af te snoepen van een weergaloze, uitmuntende cellist.
Ten slotte hebben we de 8 stukken in wereldpremière gebracht tijdens 4 concerten in Carnegie Hall, in de nieuw Zankel Hall. Alleen al voor de generale repetitie in the Seiji Ozawa Hall in Tanglewood waren al meer dan 1000 man komen opdagen en Zankel Hall in Carnegie was viermaal uitverkocht. Het jonge publiek was uitermate enthousiast en zelfs de criticasters van de New York Times waren positief.
Interessante links:
http://www.silkroadproject.org/events/news/chicago/index.html (de site van het Silk Road Ensemble)
http://www.carnegiehall.org/article/explore_and_learn/ptw/index.html (de workshops van Carnegie Hall)
http://www.carnegiehall.org/article/box_office/events/evt_9613.html?selecteddate=09162006 (een lijst van de deelnemers)
http://woutervercruysse.spaces.live.com/ (mijn blog met foto’s)
http://www.ziporyn.com/ (site van componist Evan Ziporyn)
http://www.ziporyn.com/audio/sulvasutra.mp3 (Sulvasutra, opgenomen tijdens een repetitie in Ozawa Hall)
http://angellam.com/ (site van componiste Angel Lam met fragmenten van Empty Mountain, Spirit, opgenomen tijdens repetitie in Ozawa Hall)
http://www.osvaldogolijov.com/ (site van componist Osvaldo Golijov)
http://members.cox.net/christopheradler/ (site van componist Christopher Adler)
http://composers21.com/compdocs/yanov_yd.htm (pagina over componist Dmitri Yanov-Yanovski)
http://schirmer.com:16080/composers/frank/ (pagina over componiste Gabriela Lena Frank)
http://home.earthlink.net/~jekim/ (site van componiste Yeeyoung Kim)
http://www.bbc.co.uk/radio3/world/awards2003/profile_kalhor.shtml (bbc pagina over componist en kamancheh speler Kayhan Kalhor
|
|
|